Geschiedenis van de Eikenwal.

Deel 4: Van der Eik op den Eikenwal - Vervolg (pagina 3): 1997

Twee jaar later. Twee jaar na ons pech-jaar, omdat Joke daar, ergens in het Loire-gebied, in het ziekenhuis terecht kwam. Dat pech-jaar was anderzijds een geluksjaar, omdat we toen veel hebben meegemaakt, dat ons verder bracht. (Niet beschreven op de vorige pagina, omdat dat teveel zou worden, maar wel als album gebundeld in 77 foto's Normandie + 80 foto's Loire-gebied + 5 beschrijvende boekjes A5, waarvan 1 over Quesnay's, + diverse wegenkaartjes en folders etc.)
Inzicht.             Bestudering van het uit Frankrijk meegebrachte materiaal leerde ons de geografische en sociale structuur van Les Quesnay in Normandie, en zelfs daarbuiten. Maar het bracht ons nog geen volledig topografisch inzicht.

Geografisch: Niet 1, niet 2 of 3, maar wel 16 plekken met de naam Quesnay, allemaal in het Seine-gebied. De meeste ervan gelegen op een lijn, lopend van Zuid-West naar Noord-Oost, tot aan Saint Saens. Een paar ook op lijnen loodrecht daarop, vanaf de kust, richting Rouen - Parijs; vooral plekken met Quesnay als naam voor een weg, dachten we; ten onrechte.
Topografisch: We ontdekten dat Quesnay iets met steile wegen te maken had. En met hoogte. Niet de hoogte van een wal, maar tientallen meters hoog, of nog meer. Hoogten in het landschap. En met eikenbos.
Sociologisch: Het had ook iets met molens (en wind) te maken, en met burchten en grote huizen (die altijd op het hoogste punt van de wijde omgeving staan). Beroepen die met cement en met hout te maken hadden, dachten we. Molenaars die in dienst waren van, beschermd werden door of afhankelijk waren van grote heren ...... dachten we.
Maar in ieder geval was er de relatie met de religie. Met Walrick ofwel Walleran ofwel Valery, (en met Walen,) en dus met vrijwaring van ziekte en koorts, die bij hem werd afgesmeekt. Met aanbidding, o.m. bij heilige eiken, iepen (zoals het woordenboek verkeerd het franse woord "ifs" vertaalde) en zelfs bij dennen of sparren en later bij of in kapellen en zelfs abdijen (van Walleran). Waar moesten we beginnen?

We gingen weer met de fiets. "Richting Le Quesnay".

Diverse gehuchten Le Quesnay of   Le Quesnoy rijden we per ongeluk voorbij, vooral doordat we op dat moment andere avonturen beleven. Komt volgend jaar wel, dachten we dan. Zelfs in Saint-Valery-sur-Somme, waar we o.m. uitgebreid de oude stad bekeken (Jeanne d'Arc), fietsten we de Rue du Quesnoy voorbij.

.... aan de ingang van het dorp .... .... achter een roestig hek ....

Maar in Quesnoy-le-Montant, daar vlakbij, ontdekken we aan de ingang van het dorp iets interessants achter een oud verroest dubbel ijzeren inrijhek tussen de struiken, wat op een normale manier nooit ontdekt zou zijn. (Niet raden wat ik daar moest doen en het daardoor ontdekte.) Een enorm lange oprijlaan naar een groot vervallen huis heel in de verte.

.... Rue des Tanneurs (=Looyersgracht) .... steile hoogte ... rechts ....

Natuurlijk is Saint Saens, aan het eind van de "drukste" Quesnayen-lijn, ons tweede doel. We nemen er onze intrek aan de Rue des Tanneurs (=Looyersgracht), in een vakwerkherberg, alwaar we bespiegelingen houden over onze voorouders Quesnay, die immers aan de Looyersgracht in de Jordaan te Amsterdam hebben gewoond. Misschien hadden ze in hun armste levensperiode dat vak wel uitgeoefend: het looien van leer met run, gemalen eikenschors. Of misschien waren ze nog vroeger, in Normandie, wel ekers geweest, eikenbast-schillers, of run-malers, run-molenaars, eikenbast-molenaars. We zoeken immers ook naar molens?
Vanuit onze achtertuin kijken we tegen een steile hoogte op waarop naderhand Le Quesnay blijkt te liggen.

.... looiersmolen (=runmolen)? .... steil omhoog

We fietsen langs de gracht en treffen iets verderop een watermolen aan. Een runmolen ofwel looiersmolen? Dat zou toch wel sterk zijn. Door alle aandacht daarvoor zou ik iets nog belangrijkers over het hoofd hebben gezien, als Joke niet plotseling had geroepen: Kijk nou eens: Sente du Quesnay, de Quesnay-steeg, of het pad naar Quesnay. Achter mij, precies tegenover de molen, een zijsteeg van de Looyersgracht. Het pad loopt steil omhoog, te steil om te fietsen. We gaan dus met een omweg naar het andere einde van het pad. En wat een verrassing, het komt precies uit bij de ingang van een landgoed.




.... links het grote huis Le Quesnay van Boulay, rechts het 'dorp' .... .... oprijlaan met geblokte bomen ....

Boven aangekomen plotseling een bord Le Quesnay. Links een landgoed met 2 oprijlanen waarlangs "geblokte" bomen staan. Rechts komt de Sente du Quesnay precies tegenover de ingang van het landgoed op de weg uit. Iets verderop, ook rechts, een zijweggetje, dat het dorp blijkt te zijn. Het loopt met een bocht weer terug naar de grote weg. We vragen in het dorp of er een meneer Quesnay in het grote huis woont. Nee, meneer Boulay, de burgemeester van Saint Saens, woont er.
's-Avonds, terug in onze herberg, vertelt onze herbergierster dat ze dienstmeisje is geweest bij meneer Boulay op Le Quesnay.
We fietsen verder. Evenwijdig aan de hoofdweg naar het Westen. Dan linksaf naar Le Grand Quesnay. Links langs het 1 auto brede weggetje een wal. Een auto rijdt achter ons; kan ons niet passeren, hoewel wij slechts 1 fiets breed zijn. De bestuurster vraagt wie we zoeken. "De familie Quesnay", antwoorden we.

..... aan het begin van de buurtschap: een eikenwal
tussen Le Grand Quesnay en Le Petit Quesnay: twee berken(?)wallen waar we tussendoor fietsen
Die woont daar niet, maar ..... In Auffay, 20 km verderop, de burgemeester. En in Cropus: op een zeer grote boerderij.
We rijden verder en terug, een zijweggetje richting Le Petit Quesnay. We fietsen tussen 2 wallen door. Wel 2 meter hoog. Maar er staan geen eiken op, doch berken(?).
Dat dit soort wallen toch de sleutel zouden zijn tot het vinden van de Quesnay's, zagen we nog niet. Maar later ......

Wordt vervolgd

 

Ook uw bijdragen tot de geschiedenis van de eikenwal zijn welkom.
Stuur uw eigen geschiedenis die u zelf hebt meegemaakt op de Eikenwal
aan de schrijver Cor Quené:   corq@hetnet.nl

Verder naar pagina 4 (1997-vervolg) van Deel 4 van De Geschiedenis van de Eikenwal
Terug naar pagina 2 (1995) van Deel 4 van De Geschiedenis van de Eikenwal
Terug naar pagina 1 (inleiding) van Deel 4 van De Geschiedenis van de Eikenwal

Terug naar Deel 3 van De Geschiedenis van de Eikenwal: "Oud-Vierhouten"
Terug naar Deel 1 van De Geschiedenis van de Eikenwal: "Oorsprong"
Terug naar de Voorbeschouwing van deze verhandeling

Naar de Inhoud eikenblad, het logo van de familie Quené

Terug naar de eikenboom, het logo van de Eikenwal Eikenwal van Nu (Index)

  pagina 3