Geschiedenis van de Eikenwal.

Deel 4: Van der Eik op den Eikenwal - Vervolg (pagina 4): 1997 (vervolg)

Na het (avontuurlijke) bezoek aan burgemeester Quesnay van de stad Auffay en na een rit als maar omhoog tot we niet hoger konden, staan wij nu met onze fiets voor de vervallen poort van de boerderij van boer Quesnay, die ook burgemeester blijkt te zijn; van het dorp Cropus.
De weg ernaartoe was ons goed aangeduid door de dame uit Le Grand Quesnay
Aan de zijkant van het enorme erf een enorm boerenhuis. We beproeven hetzelfde trucje dat we al eerder hebben toegepast: omstandig en uitgebreid een foto van het huis nemen. En ja hoor, het lukt: de boerin komt al naar buiten en vraagt naar onze bedoeling. Ze heeft wiskunde gestudeerd aan de universiteit van Rouen, heeft les gegeven op een middelbare school en heeft, sinds ze met een boer is getrouwd, gelegenheid om zich te verdiepen in de geschiedenis van de streek en van de boerderij. Wat een geluk voor ons. Ze vertelt ons alles over de streek, over de geschiedenis van de voorouders van haar man, over de betekenis van haar man's naam Quesnay (Van der Eik), en over de betekenis van de naam van die vele dorpen daar in de buurt, die allemaal Le(s) Quesnay ((Bij) De Eik(en)) heten.

Inzicht.
              In het grijze verleden was de wind een grote boosdoener. In Normandië blies die, als het koud was, veelal vanuit het noord-oosten. Juist die combinatie wind-koude was voor de landbouw funest. Maar de heuvelrijen, die aldaar liepen van noord-west naar zoud-oost boden enige bescherming. Nog betere bescherming werd verkregen door op de toppen, -eigenlijk op de toplijnen-, rijen bomen en struiken te planten. De eik was (in die wat koudere tijden) de meest gangbare boom. Zo ontstonden er dus stroken eikenbos, met de bomen netjes in rijen.


De wegen, die soms de toppen volgden, maar ook de wegen die van het ene dal naar het andere de heuvelrijen kruisten, liepen dan netjes tussen 2 rijen bomen door. Omdat men het losse hout uit het bos aan de kant van de weg gooide, ontstonden zo vanzelf hoge wallen langs de wegkant. Dat werd nog versterkt, doordat men de modder van de weg ook aan de kant gooide om hem voor wagens en karren begaanbaar te houden. Zo ontstonden soms meters-hoge wallen langs de wegkanten, met steile zijkanten.
Landbouwgrond was schaars. Huizen werden dus vaak op de heuveltoppen gebouwd, tussen de eikenbossen in. Toen later veel hout gebruikt werd voor huizenbouw en schepen enz. verdwenen veel bossen weer, maar in de buurt van vooral grote huizen bleven ze veelal behouden. Naar zulke huizen bleven de wegen met wallen erlangs ook behouden. De bewoners van een huis bij een eik of bij een eikenbosje werden dan "Van de Eik(en)" genoemd. Hun huizen werden, als het grote huizen waren, ook "(Bij) De Eik(en)" genoemd: in het Normandisch resp. "Quesnay" en "Le(s) Quesnay" of verbasteringen daarvan. De y in de naam heeft waarschijnlijk zoiets als "ter plaatse van" of "daar" of "bij" betekend. Ook "Les" kan die betekenis hebben gehad, maar is ook gewoon de meervoudsvorm van het lidwoord "de". De meervoudsvorm van "Quesnay" is eveneens "Quesnay".
Rondom deze grote huizen werden kleine huizen gebouwd voor de (land)arbeiders van dat huis. Aldus ontstonden dorpen met dezelfde naam. Zo is te begrijpen dat dorpen met deze naam juist op hoogten lagen en dat er langs de toegangsweggetjes ernaartoe vaak nog steeds hoge eikenwallen liggen.
Na twee tot drie vakanties in Normandië waren wij al zo getrained in het vinden van dergelijke dorpen, dat, als we hoge bomenwallen langs de weg zagen verschijnen, dat we tegen elkaar zeiden: "We komen in de buurt van een dorp "Le Quesnay". Toen in later eeuwen het klimaat wat milder werd, werden de eiken op natuurlijke wijze langzaam maar zeker vervangen door beuken en berken.




Molens werden, om goed wind te kunnen vangen, ook veelal op de hoogste plekken gezet, Ze stonden dus als vanzelf veelal in de buurt van eiken(bossen). Het is dus geen wonder dat wij tussen beide een verband zagen. Nabij Vatteville in Normandië stond tot voor kort zelfs een molen, die de molen van Quesnay heette, op de hoge Seine-oever. Nu staat op die plaats een herberg met de naam "Le Moulin". Het dorp, dat zich eromheen heeft gevormd, heet "Le Quesnay".

 
Ook uw bijdragen tot de geschiedenis van de eikenwal zijn welkom.
Stuur uw eigen geschiedenis die u zelf hebt meegemaakt op de Eikenwal
aan de schrijver Cor Quené:   corq@hetnet.nl

Verder naar pagina 5 van deel 4 van De Geschiedenis van de Eikenwal

Terug naar pagina 3 (1997) van Deel 4 van De Geschiedenis van de Eikenwal
Terug naar pagina 2 (1995) van Deel 4 van De Geschiedenis van de Eikenwal
Terug naar pagina 1 (inleiding) van Deel 4 van De Geschiedenis van de Eikenwal

Terug naar Deel 1: De Oorsprong van de Eikenwal
Terug naar de Voorbeschouwing van deze verhandeling

Naar de Inhoud eikenblad, het logo van de familie Quené

Terug naar de eikenboom, het logo van de Eikenwal Eikenwal van Nu (Index)
  pagina 4